‘Berufsverbot’ nekt demokraten.
Dit artikeltje (naar beneden scrollen) publiceerde ik in 1975 in Troof, blad van de studentenvakbond USF in Utrecht. Bond en blad werden beheerst door geharde CPN-studenten. Heel soms werd ik, PvdA-student, getolereerd. Over Berufsverbote werd niet gauw iets gepubliceerd. Zie ook de aanhalingstekens om ‘Berufsverbote’. Waarom was dat? De CPN had zich onder leiding van Paul de Groot losgezongen van ‘Moskou’ en de meeste andere communistische partijen. Dus was het aanvankelijk voor de CPN en dagblad De Waarheid niet echt een actiethema. In Amsterdam had de Amsterdamse studentenvakbond ASVA al actie gevoerd. De PvdA’ers binnen de ASVA en ik, bestuurslid van de USF, hadden al het Landelijk Overleg PvdA-studenten opgericht, met minder dan tien leden. We namen vervolgens het initiatief voor een PvdA-comité tegen de Berufsverbote, maar vooral gericht op de PvdA-leiding, die aanvankelijk weinig bezwaren hadden tegen de Duitse SPD-politiek. Voor de CPN en de Waarheid werd het kin de loop van 1976 ook een thema, eerst dankzij Anet Bleich en Elsbeth Etty, zus van een van de leden van het PvdA-comité. Voor de CPN was strijd tegen het Duitse ‘revanchisme’ van groot belang: de Duitsers probeerden in CPN-ogen alsnog heel Europa te onderwerpen. Maar tegelijkertijd hoopte die toch kleine partij op een ‘Volksfrontregering’, waarvoor steun aan links in de PvdA nodig was. Minister-president Den Uyl beweerde in een interview in de NRC, dat wij Volksfrontaanhangers waren. Woedend waren wij, en ook een aantal vooraanstaande PvdA’ers (Mansholt, Max van den Berg, Fenna van den Burg, Lolle Nauta, André van der Louw, o.a.). We eisten met hen een gesprek met Den Uyl en Van der Stoel, en kregen dat ook. Omdat wij, PvdA-studenten, daadwerkelijk met CPN’ers in de studentenbeweging samenwerkten, waren we bepaald geen fan van Volksfront-fantasieën.