Gerritje Spinhoven.
De moeder.
Op 8 maart 1803 werd in de Catharijnekerk in Utrecht Fred(e)rik Spinhoven gedoopt, zoon van een onbekende vader en van Gerritje Andriesdr. Spinhoven. Frederik was een “eerste onecht” kind, volgens het Utrechts archief. In dezelfde maand werden nog vier onechte kinderen in de Catharijnekerk gedoopt, en één overspelig. Moeder Gerritje woonde ‘op de Liesbosch, buyten de Tolpoort’. Getuige was Cornelia van Lint, echtgenote van dagloner en molenaarszoon Gerrit van Tessel (op latere leeftijd ‘klein tapper’ in de Voorstraat), die woonde in de Vuylsteeg (tegenwoordig de Annastraat achter het stadhuis).

Uit het doopboek.
Nicolaas Wicart – Vaartse Rijn met buiten Liesbosch. ca. 1800.

Fredrik werd opgevoed door zijn grootvader, Andries Spinhoven, en grootmoeder Elisabeth (Lijsbeth) van Tessel, zoals blijkt uit diens testament uit 1805. Het lijkt waarschijnlijk, dat Gerrit van Tessel familie is, maar er zijn geen archiefsporen die dat bewijzen. Lijsbeths vader zal Pieter Jans van Tessel zijn, gehuwd met Gerrigje de Grijn (ook Grein). Grootvader Andries was niet armlastig. Zijn bezittingen bestonden bij overlijden uit meer dan 13 morgen land en een hofstede. De tegenwoordige waarde is zo’n € 50.000,- ( Utrechts Archief, Testament 34-4.U263a008 W. VAN DER WELL).
Gerritje werd ondanks haar onechte kind van een onbekende vader niet verstoten, niet door de kerk en niet door haar familie: een half jaar na de geboorte van Frederik is ze in Vreeswijk getuige bij de doop van de dochter van haar zus Maagje, gehuwd met schipper Hendrik van Hoegee.
Gerritje trouwde op 29 september 1805 met Ary van (der) Tol, in Hoograven, maar Ary erkende het buitenechtelijke kind niet. Het Stadsarchief Utrecht spreekt van Van der Tol, genealogische bronnen op het internet noemen hem Van der Touw. Hij heette oorspronkelijk Ary van der Tol, die in 1779 geboren werd als zoon van Arien (ook wel: Arie) van der Tol (Toll) en Cornelia van der Linden. Arien was werkzaam op de steenovens net buiten de Tolhuispoort in Utrecht (Jan Portengen, Vecht-krengen: Onder de rook van kasteel Nederhorst. Z.pl, 2006. p. 125).
Op 23 februari 1806 lieten Arie van der Tol en Gerrigje Spinhoven in Utrecht een dochter, Cornelia, dopen. Twee en een half jaar later, op 11 juli 1807, werd hun kind Elisabetta van der Touw geboren. Op 14 augustus 1808 werd Elisabetta van der Touw gedoopt. Is dat dezelfde, of stierf de vorige Elisabetta? Cornelia trouwde in 1836 in Amsterdam met de uit Duitsland afkomstige suikerbakker Gottfried George Graeve.
Gerrigje en Ary kregen samen nog een kind: Andries van der Touw. Hij werd in 1811 in Utrecht geboren en overleed in 1867 in Numansdorp. Andries trouwde daar op 3 maart 1842 met de veel oudere Marija Dam, weduwe van Bastiaan Haupt. Als beroep wordt ergens vermeld: logementshouder. (http://www.stamboomnederland.nl/etalage/Herman_van_Balen_ikzelf_38425/index.html#p383). In 1839 blijkt uit de Utrechtsche Courant, dat hij soldaat was geweest in de 9e afdeling van de infanterie. Hij moet zich melden op het stadhuis in Utrecht. Gezien de vele herhalingen bereikte het bericht hem niet (krant van o.a. 25-10-1839).

Utrechtsche Courant, 2-12-1839.
Op vrijdag 20 juni 1862 trouwde Andries in Numansdorp voor de tweede keer – hij is inmiddels 51 – met de stokoude Jannetje Dekker uit Hekelingen. Zij is 76 en weduwe van Bastiaan Andeweg. Dit zijn ongebruikelijke leeftijdsverschillen. In de trouwaktes heet Andries’ vader overigens Arie van der Touw. Op 19 december 1867 stierf Andries in Numansdorp.
Gerritje overleed in 1826 in het Amsterdamse (Binnen)Gasthuis, ze woonde toen in de Utrechtsestraat 601. Ze stierf als Gerritje Spinhoven. Geen spoor van haar echtgenoot. Ook staat ze niet vermeld als weduwe. Dat lijkt me zeer ongebruikelijk. Op 4 februari 1829 hertrouwde weduwnaar Ary in Utrecht met de uit IJsselmonde afkomstige Berendina Gusenkloo (het Utrechts archief). Op 8 december 1832 werd zoon Arie in Utrecht geboren. Op 29 juli 1834 overlijdt vader Ary/Arie (als echtgenoot van “Barendina Giessenkloo”), Berendina sterft in 1861 op 70-jarige leeftijd in Utrecht.
J.P.C.J. Schilling, Platte Grond van het St. Pieters Gasthuis, Benevens alle de daar aan behoorende Huizen en Tuinen. 1768. SAA. Het Pietersgasthuis is de oude naam voor het Binnengasthuis.

In het Amsterdamse Gasthuis kreeg Gerritje op 8 februari 1823 een kind: Franciscus. Er is geen vader bekend. Het kind krijgt moeders achternaam: Spinhoven. De baby sterft binnen twee weken, op 19 februari. Gerritje had enkele jaren eerder haar tweede buitenechtelijke kind gekregen: op 9 november 1817 werd Gerritje Spinhoven in Utrecht geboren. Vader is ook hier onbekend.
De vondeling.
Een maand later, op 9 december 1817, werd baby Gerritje Spinhoven op de Amsterdamse Prinsengracht tussen de Leidsegracht en het weeshuis gevonden. Ze werd gevonden door schuitenvoerder en nachtwacht Jan de Vriend. Hij leverde haar om 9 uur ’s avonds af bij de portier van het nabijgelegen Aalmoezeniersweeshuis, Paulus Hendricus Pijpers. Die was eerder 2e luitenant van de door de stad betaalde Nationale Stadsgardes. Hij had in die functie op 30 januari 1800 aan de Municipaliteit tevergeefs compensatie gevraagd voor het verlies van 50 gulden aan traktement na zijn overstap uit het Bataafse leger. [Handelingen van de Municipaliteit der stad Amsterdam. ZESDE STUK, p. 133-134].
Ze werd geregistreerd door de boekhouder, Johan Hendrik Bernhard, die eerder op de afdeling financiën van de gemeente Amsterdam had gewerkt, en dus net als Pijpers ambtenaar was. Ik stam in rechte lijn af van zijn broer, Balthasar!
Vondeling Gerritje wordt geregistreerd in het Ingekomen Kinderboek door boekhouder Johan Hendrik Bernhard, een voorouder van mij. Hij vermeldt, dat ze werd gevonden op de Prinsengracht tussen de Leidsegracht en het weeshuis.

Kinderen werden vaak te vondeling gelegd met een briefje bij zich, waarop hun naam stond, hun leeftijd en of ze wel of niet gedoopt waren. In 1817 hadden 414 van de 533 vondelingen zo’n briefje. Onder hen was ook Gerritje. Ze was gereformeerd, maar nog niet gedoopt. Dat gold dat jaar voor 162 andere vondelingen. Al 14 december werd Gerritje gedoopt.

Opname van Gerritje Spinhoven in het aalmoezeniersweeshuis.
Het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht (later diende het gebouw als rechtbank) was voor de meest hopeloze wezen en vondelingen: de allerarmsten die soms geen enkele band met de stad hadden. Rond de tijd dat Gerritje werd opgenomen groeide het aantal weeskinderen enorm. Het ‘hoogtepunt’ was in 1817, toen 533 te vondeling gelegde kinderen in het Aalmoezeniersweeshuis werden opgenomen. Op 9 december werden naast Gerritje nog twee baby’s ‘ingeboekt’. Jacoba Heeren, die op 1 april het jaar daarop stierf, en Betje Lindeboom, die net iets ouder dan 2 werd.
Jan Punt, Aalmoezeniersweeshuis in 1758.

De stad wist zich geen raad met al die vondelingen. In 1818 werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht, die in het Drentse Veenhuizen wezen en vondelingen zou gaan opvangen. Vanaf 6 november 1822 moesten vondelingen en wezen, als er geen andere opvang was, allemaal naar Veenhuizen zodra ze zes jaar waren. De regenten van het Aalmoezeniersweeshuis verzetten zich hevig, maar in 1824 begonnen de transporten. In dat jaar vertrok er bijna elke week een schip met tientallen kinderen richting Veenhuizen. De vaartocht zal naar Lemmer zijn geweest, waarna er nog eens 60 kilometer over land of via kanalen moest worden gereisd.
Op 17 augustus 1824 werd Gerritje ‘uitgeboekt’ uit het Aalmoezeniersweeshuis. Vier dagen later, op 21 augustus 1824 arriveerde ze in Veenhuizen. In die eerste jaren was het sterftecijfer daar nog veel hoger dan onder de kinderen van dezelfde leeftijd in het Aalmoezeniersweeshuis. Op 11 augustus 1829 is ze nummer 77 op zaal 5 en 6. Op 27 september 1835 is ze een van 113 kinderen in zaal 1 en 2 van de kolonie Veenhuizen, het 3e gesticht. Daarnaast verbleven er vier in de ziekenzaal en vier in de ‘scabueuszaal’. In 1837 behoorde ze tot de wezen die ‘provisioneel’ (voorlopig) zullen blijven. In 1838 is ze er kamerwacht. Ze had een schuld van 41,97 gulden voor kleding en nog 11,29 gulden aan ‘oververdiensten’ tegoed. In 1839, ze zit dan in de eerste afdeling, behoort ze tot degenen, die dat jaar kunnen worden ontslagen. Dat gebeurt op 9 april, een feit, dat door het Aalmoezeniersweeshuis wordt geregistreerd. Ze is inmiddels 21 jaar.
In 1847 duikt ze weer op, in het Buitengasthuis op de afdeling vrouwenziekten. Ze is dienstmeisje en woont op de Weesperstraat nr. 27. Haar ouders zijn volgens de ziekenhuisarchieven onbekend. Op 1 oktober wordt ze, na 74 dagen, ontslagen. In 1848 is ze weer terug. Nu wordt ze na 24 dagen, op 24 juli, ontslagen. Ze is nog steeds dienstmeisje op de Weesperstraat 27, bij de [Nieuwe] Keizersgracht.Twee maanden later is ze weer terug, op 19 september. Na 284 dagen, op 30 juni 1849, overlijdt ze in het Buitengasthuis, 23 jaar na haar moeder. Weesperstraat 27 werd in 1961 gesloopt ten behoeve van een studentenflat.

Nieuwe Keizersgracht met de brug van de Weesperstraat. Jan Bulthuis, 1789. GAA.
Gerritje, de echtgenote van Jan Tak.
Het zou heel goed kunnen, dat de vader van Gerritjes eerste kind, Frederik Spinhoven, een Frans soldaat was. Frederik werd in 1803 geboren en in die tijd lagen Franse troepen in en om Utrecht te wachten op een invasie van Engeland. In Utrecht verbleven zij en grote aantallen Hollandse soldaten in aftandse kazernes of ze werden ingekwartierd bij burgers. Het was een ongeregeld zooitje. Pas in 1804 werden ze door generaal Marmont gedisciplineerd: hij liet ze daartoe op de heide bij Zeist ter ere van Napoleon een soort piramide bouwen: de Marmontberg. Tot Marmonts woede werd deze in 1806 door de net aangetreden koning Napoleon omgedoopt in Pyramide van Austerlitz.
De piramide van Austerlitz.

In 1815 komen we Gerritje Spinhoven ook tegen in de archieven. Jan Tak en Gerritje Spinhoven, ‘egtelieden’, krijgen volgens de aangifte op 18 september dochter Johanna, in Zaltbommel. We vinden niets terug over een huwelijk of andere kinderen. Het echtpaar is verder volkomen onvindbaar. Jan Tak komt overigens als naam veel voor, maar gekoppeld aan andere echtgenotes. Er is, zo weet ik zo goed als zeker, geen andere Gerritje Spinhoven van die leeftijd. Wat is hier aan de hand? Zaltbommel ligt een dag lopen van Jutphaas, niet om de hoek, maar ook niet heel ver. Overigens doet niet de vader, maar de vroedmeester de aangifte: dat vind ik zeer opvallend! Was ze wel getrouwd met ene Jan Tak? Op het stadhuis kon men dat in die tijd niet zo makkelijk checken. Van Johanna Tak ontbreekt verder ieder spoor.

Op 20 september 1815 om 4 uur ’s middags doet vroedmeester Jan van Tekelenburg in Zaltbommel aangifte van de twee dagen eerder om 11 uur ’s avonds geboren Johanna Tak. Het is een dochter van ‘egtelieden’ Jan Tak en Gerritje Spinhoven. Joseph Braun, 45 jaar, en Gerard de Boeve, 50 jaar, zijn getuige.
Bronnen.
Stadsarchief Amsterdam (SAA);
Drents Archief;
Utrechts Archief;
Regionaal Archief Dordrecht;
Regionaal Archief Rivierenland;
Handelingen van de Municipaliteit der stad Amsterdam. ZESDE STUK, p. 133-134;
Jan Portengen, Vecht-krengen: Onder de rook van kasteel Nederhorst. Z.pl, 2006;
Utrechtsche Courant, 2-12-1839;
Harmen Snel, De vondelingen in Amsterdam in de beginperiode van
de Burgerlijke Stand (1812-1821). In: Gens Nostra 66 (2011), P. 1-14.